Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
El billete
01
bankbiljet, papiergeld
papel moneda que representa una cantidad de dinero y es usado como medio de pago
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
mannelijk
meervoudsvorm
billetes
Voorbeelden
Tengo un billete de cincuenta euros.
Ik heb een bankbiljet van vijftig euro.
02
kaartje, ticket
documento que permite viajar en transporte público o entrar a un espectáculo
Voorbeelden
Compré un billete de tren a Barcelona.
Ik heb een kaartje voor de trein naar Barcelona gekocht.



























