Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
La prueba
[gender: feminine]
01
test
ejercicio o examen para evaluar conocimientos, habilidades o condición física
Voorbeelden
Estoy estudiando para la prueba de inglés.
Ik ben aan het studeren voor de test Engels.
02
test, examen
examen o análisis para diagnosticar o verificar algo
Voorbeelden
La prueba confirmó el diagnóstico.
De test bevestigde de diagnose.
03
auditie, proef
presentación o actuación para ser evaluado y seleccionado en cine, teatro o música
Voorbeelden
Pasó la prueba y consiguió el papel.
Hij slaagde voor de auditie en kreeg de rol.
04
bewijs, getuigenis
indicio o evidencia que confirma algo
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
vrouwelijk
meervoudsvorm
pruebas
Voorbeelden
Tenemos pruebas de que la teoría es correcta.
We hebben bewijs dat de theorie correct is.
4.1
bewijs
elemento utilizado en un juicio o investigación para demostrar un hecho
Voorbeelden
El testigo presentó pruebas ante el juez.
De getuige legde bewijzen voor aan de rechter.



























