la caña
ca
ˈka
ka
ña
ɲa
nia
cabaña

Definitie en betekenis van "caña"in het Spaans

01

hengel, vishengel

vara larga y flexible que se usa para pescar 
la caña definition and meaning
Voorbeelden
Llevó su caña al lago al amanecer. 

Hij nam zijn hengel bij zonsopgang mee naar het meer.

02

riet, bamboe

planta de tallo largo, hueco y flexible que crece en zonas húmedas 
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
geslacht
vrouwelijk
meervoudsvorm
cañas
Voorbeelden
La caña crece junto al río. 

Het riet groeit langs de rivier.

03

landbouwrum, rietsuikerbrandewijn

bebida alcohólica destilada del jugo fermentado de la caña de azúcar 
Voorbeelden
Pidió una caña después de la cena. 

Hij bestelde een suikerrietlikeur na het diner.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store