Zoeken
La tienda
[gender: feminine]
01
winkel, zaak
lugar donde se venden productos o mercancías
Voorbeelden
Ella trabaja en una tienda de ropa.
Ze werkt in een winkel voor kleding.
02
tent, schuilplaats
refugio portátil hecho de tela, usado para acampar o protegerse del clima
Voorbeelden
Llevamos una tienda para pasar la noche al aire libre.
We hebben een tent meegenomen om de nacht buiten door te brengen.



























