Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
in place
01
ter plaatse, op dezelfde plek
in the same spot or position without moving from it
Dialect
American
Voorbeelden
The runner was told to jog in place as part of the training.
De hardloper werd verteld om ter plaatse te joggen als onderdeel van de training.
Voorbeelden
He made sure everything was in place before the guests arrived.
Hij zorgde ervoor dat alles op zijn plaats was voordat de gasten arriveerden.
03
op zijn plaats, goed geregeld
properly arranged or ready to be used
Voorbeelden
A strong security system is already in place at the building.
Er is al een sterk beveiligingssysteem in gebruik in het gebouw.
in one's place
01
used to say what choices or actions one would make if one was in another person's situation
Voorbeelden
I do n't know how he copes with so much pressure; I could n't handle it in his place.



























