Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
imperial
01
keizerlijk, imperiaal
related to the characteristics or actions of an empire or emperor
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
samenstelling
relationeel
niet gradueerbaar
Voorbeelden
The imperial dynasty ruled over vast territories and diverse peoples.
De keizerlijke dynastie heerste over uitgestrekte gebieden en diverse volkeren.
02
keizerlijk, soeverein
appropriate for or associated with a sovereign ruler
Voorbeelden
The crown was an imperial symbol of authority.
De kroon was een keizerlijk symbool van autoriteit.
03
imperiaal, van het imperiale systeem
connected with the system of weights and measures used in the British Imperial System
Voorbeelden
The recipe calls for an imperial pint of milk.
Het recept vereist een imperiale pint melk.
04
keizerlijk, soeverein
belonging to, befitting, or characteristic of a supreme ruler
Voorbeelden
His commands carried imperial authority.
Zijn bevelen droegen keizerlijk gezag.
Imperial
01
imperial, dakkoffer
a piece of baggage or trunk placed on the roof or top of a coach
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
imperials
Voorbeelden
The travelers strapped their imperial securely to the coach.
De reizigers bevestigden hun imperial stevig aan de koets.
02
keizersnor, imperiale baard
a small, pointed beard or tuft of facial hair, typically worn below the lower lip and associated with Napoleon III
Voorbeelden
He styled his mustache into a neat imperial.
Hij stileerde zijn snor tot een nette imperial.
Lexicale Boom
imperialize
imperially
imperial



























