Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Hot dog
01
hotdog, worstje in een broodje
a cooked sausage, usually made from beef, pork, or a combination of both
Voorbeelden
She topped her hot dog with mustard and onions.
Ze belegde haar hotdog met mosterd en uien.
1.1
hotdog, worst in een broodje
a sausage served hot in a long soft piece of bread
Voorbeelden
They serve a really good veggie hot dog at the local diner.
Ze serveren een heel goede vegetarische hotdog in het lokale eetcafé.
02
waaghalzerij, pronker
someone who performs dangerous stunts to attract attention to himself
hot dog
01
Geweldig, Fantastisch
used to express excitement or satisfaction when something good happens
Dialect
American
Voorbeelden
Hot dog, my favorite band is coming to town!
Hot dog, mijn favoriete band komt naar de stad!



























