glass
glass
glɑ:s
glaas
grassglossglans

Definitie en betekenis van "glass"in het Engels

01

glas, beker

a container that is used for drinks and is made of glass 
glass definition and meaning
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
glasses
Voorbeelden
Sarah enjoyed her milkshake in a thick glass with a straw. 

Sarah genoot van haar milkshake in een dik glas met een rietje.

02

glas, ruit

a hard material that is often clear and is used for making windows, bottles, etc. 
glass definition and meaning
Voorbeelden
She drank water from a glass bottle to reduce plastic waste. 

Ze dronk water uit een glazen fles om plastic afval te verminderen.

03

spiegel, glas

a mirror; usually a ladies' dressing mirror 
glass definition and meaning
04

glas, inhoud van een glas

the quantity a glass will hold 
05

verrekijker, kleine telescoop

a small refracting telescope 
06

glas, kristal

an amphetamine derivative (trade name Methedrine) used in the form of a crystalline hydrochloride; used as a stimulant to the nervous system and as an appetite suppressant 
07

glaswerk

glassware collectively 
to glass
01

verglazen, glasachtig worden

become glassy or take on a glass-like appearance 
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
glass
3e persoon enkelvoud
glasses
onvoltooid deelwoord
glassing
onvoltooid verleden tijd
glassed
voltooid deelwoord
glassed
02

in een glas gieten, in een glazen container doen

put in a glass container 
03

beglazen, omringen met glas

enclose with glass 
04

observeren met een verrekijker, scannen met een verrekijker

scan (game in the forest) with binoculars 
05

beglazen, voorzien van glas

furnish with glass 
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store