to abridge
Pronunciation
/əˈbɹɪdʒ/

Definitie en betekenis van "abridge"in het Engels

to abridge
01

verkorten

to make a book, play, etc. short by omitting the details and including the main parts
to abridge definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
abridge
3e persoon enkelvoud
abridges
onvoltooid deelwoord
abridging
onvoltooid verleden tijd
abridged
voltooid deelwoord
abridged
Voorbeelden
The team was abridging the manuscript when the deadline was moved up.
Het team was het manuscript aan het verkorten toen de deadline werd vervroegd.
02

verkorten, beperken

to decrease, reduce, or restrict something, often by cutting down its size, duration, or range
Voorbeelden
The government has abridged access to certain public areas to maintain safety during the pandemic.
De overheid heeft de toegang tot bepaalde openbare ruimtes beperkt om de veiligheid tijdens de pandemie te waarborgen.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store