to generalize
ge
ˈʤɛ
je
ne
ra
lize
laɪz
laiz
generalise

Definitie en betekenis van "generalize"in het Engels

to generalize
01

generaliseren, universaliseren

to form a broad conclusion or principle by considering specific instances 
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
generalize
3e persoon enkelvoud
generalizes
onvoltooid deelwoord
generalizing
onvoltooid verleden tijd
generalized
voltooid deelwoord
generalized
Voorbeelden
Scientists generalize results from a small study to a larger population. 

Wetenschappers generaliseren resultaten van een kleine studie naar een grotere populatie.

02

generaliseren, zich verspreiden

to become widespread or systemic, often referring to a condition affecting the whole body 
Voorbeelden
The infection can generalize if not treated promptly. 

De infectie kan zich verspreiden als deze niet snel wordt behandeld.

03

generaliseren, universaliseren

to form an opinion or reach a conclusion about something by taking a few instances or facts into account 
Voorbeelden
It's unfair to generalize all teenagers as being irresponsible based on the actions of a few. 

Het is oneerlijk om alle tieners als onverantwoordelijk te generaliseren op basis van de acties van enkelen.

04

generaliseren, universaliseren

to adapt or simplify content, ideas, or products to appeal to a wider audience 
Voorbeelden
The author generalized the novel to reach more readers. 

De auteur generaliseerde de roman om meer lezers te bereiken.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store