Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to foul up
[phrase form: foul]
01
verprutsen, een fout maken
to make a mistake
Transitive: to foul up sth
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
up
basiswerkwoord
foul
tegenwoordige tijd
foul up
3e persoon enkelvoud
fouls up
onvoltooid deelwoord
fouling up
onvoltooid verleden tijd
fouled up
voltooid deelwoord
fouled up
Voorbeelden
The quarterback fouled up the play, leading to a turnover.
De quarterback heeft het spel verpest, wat leidde tot een turnover.



























