Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
01
gezind, verliefd
having a strong liking, preference, or affection for something or someone
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
kwalitatief
overtreffende trap
fondest
vergrotende trap
fonder
gradueerbaar
Voorbeelden
She is very fond of chocolate and eats it every day.
Ze is erg dol op chocolade en eet het elke dag.
02
aanhankelijk, nostalgisch
feeling or showing emotional attachment or nostalgia toward a person or thing
Voorbeelden
Whenever she visited her grandparents' house, she felt a warm sense of fond nostalgia, surrounded by familiar objects and family stories from years gone by.
Wanneer ze het huis van haar grootouders bezocht, voelde ze een warm gevoel van nostalgie, omringd door vertrouwde objecten en familieverhalen uit vervlogen jaren.
03
teder, liefdevol
excessively or foolishly loving, indulgent, or sentimental
Voorbeelden
She was fond of giving her pets lavish treats.
Ze hield ervan haar huisdieren weelderige traktaties te geven.
04
naïef, onrealistisch
unrealistic, unlikely, or naive in belief or expectation
Voorbeelden
He was fond of thinking he could finish the project in one day.
Hij hield ervan te denken dat hij het project in één dag kon afronden.



























