Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to fantasize
01
fantaseren, dagdromen
to indulge in vivid and imaginative thoughts or desires
Intransitive: to fantasize | to fantasize about sth
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
fantasize
3e persoon enkelvoud
fantasizes
onvoltooid deelwoord
fantasizing
onvoltooid verleden tijd
fantasized
voltooid deelwoord
fantasized
Voorbeelden
As she stared out the window, she began to fantasize about exploring distant galaxies.
Terwijl ze uit het raam staarde, begon ze te fantaseren over het verkennen van verre sterrenstelsels.
02
fantaseren, dromen
to imagine or think about something happening that one desires or hopes for
Transitive: to fantasize a situation
Voorbeelden
She fantasized a life where she could travel without any worries.
Ze fantaseerde over een leven waarin ze zorgeloos kon reizen.
Lexicale Boom
fantasize
fantasy



























