Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to exclaim
01
uitroepen, schreeuwen
to shout or speak suddenly and strongly, often expressing a strong emotion
Intransitive
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
exclaim
3e persoon enkelvoud
exclaims
onvoltooid deelwoord
exclaiming
onvoltooid verleden tijd
exclaimed
voltooid deelwoord
exclaimed
Voorbeelden
She exclaimed with delight, her voice filled with excitement and surprise.
Ze riep uit met vreugde, haar stem vol opwinding en verrassing.
02
uitroepen, schreeuwen
to express something with strong emotion, often accompanied by a loud or forceful voice
Transitive: to exclaim sth
Voorbeelden
"Stop right there!" he exclaimed, his voice filled with urgency and authority.
"Stop daar!" riep hij uit, zijn stem vol urgentie en autoriteit.
Lexicale Boom
exclaiming
exclamation
exclaim



























