to enchant
en
ɛn
en
chant
ˈʧɑ:nt
chaant
replantregnantdiscantrecant

Definitie en betekenis van "enchant"in het Engels

to enchant
01

betoveren, beheksen

to put someone under a magic spell 
Transitive: to enchant sb/sth
to enchant definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
enchant
3e persoon enkelvoud
enchants
onvoltooid deelwoord
enchanting
onvoltooid verleden tijd
enchanted
voltooid deelwoord
enchanted
Voorbeelden
The wizard enchanted the princess with a magical spell. 

De tovenaar betoverde de prinses met een magische spreuk.

02

betoveren, boeien

to strongly attract someone and make them interested and excited 
Transitive: to enchant sb
to enchant definition and meaning
Voorbeelden
The charming streets of the old town enchanted tourists, inviting them to explore its hidden treasures. 

De charmante straatjes van de oude stad betoverden de toeristen en nodigden hen uit om zijn verborgen schatten te ontdekken.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store