Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to dispense
01
verdelen, uitdelen
to distribute something, often in small portions
Transitive: to dispense sth
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
dispense
3e persoon enkelvoud
dispenses
onvoltooid deelwoord
dispensing
onvoltooid verleden tijd
dispensed
voltooid deelwoord
dispensed
Voorbeelden
The vending machine dispenses snacks and beverages to customers.
De automaat verdeelt snacks en dranken aan klanten.
02
uitgeven, verstrekken
to prepare and provide medicine to patients according to a doctor's orders
Transitive: to dispense medicine
Voorbeelden
They dispense antibiotics to treat infections.
Ze verstrekken antibiotica om infecties te behandelen.
03
vrijstellen, ontheffen
to grant permission to ignore or not follow a specific law or rule
Transitive: to dispense with a rule or regulation
Voorbeelden
The judge decided to dispense with the usual penalties due to the defendant's circumstances.
De rechter besloot om van de gebruikelijke straffen af te zien vanwege de omstandigheden van de verdachte.
Lexicale Boom
dispensable
dispensed
dispenser
dispense



























