Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to delegate
01
delegeren, toevertrouwen
to give part of the power, authority, work, etc. to a representative
Transitive: to delegate a responsibility to sb | to delegate a responsibility
Voorbeelden
The manager will delegate the responsibility of overseeing the project to a team lead.
De manager zal de verantwoordelijkheid voor het toezicht op het project delegeren aan een teamleider.
02
delegeren, toevertrouwen
to assign or entrust a task or responsibility to someone else, often as a representative
Ditransitive: to delegate sb to do sth
Voorbeelden
The manager delegated Sarah to organize the company's annual conference.
De manager delegeerde Sarah om de jaarlijkse conferentie van het bedrijf te organiseren.
Delegate
01
afgevaardigde, vertegenwoordiger
someone who is chosen as a representative of a particular community at a conference, meeting, etc.
Lexicale Boom
delegating
delegate
legate



























