Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to correspond
01
overeenkomen, corresponderen
to match or be similar to something else
Intransitive: to correspond to sth | to correspond with sth
Voorbeelden
Her actions are corresponding with her words, indicating sincerity.
Haar acties corresponderen met haar woorden, wat oprechtheid aangeeft.
02
corresponderen, een directe relatie hebben met
to have a direct relationship or alignment with something else, such as paired values or elements
Intransitive: to correspond to sth
Voorbeelden
In a one-to-one function, each input value corresponds to exactly one output value.
In een bijectieve functie komt elke invoerwaarde precies overeen met één uitvoerwaarde.
03
corresponderen, brieven uitwisselen
to exchange written messages, such as letters or emails, with someone
Intransitive: to correspond | to correspond with sb
Voorbeelden
The two companies corresponded to finalize the business deal.
De twee bedrijven correspondeerden om de zakelijke deal af te ronden.
04
corresponderen, overeenkomen
to be similar to or match something in character, form, or function
Intransitive: to correspond to character or function of something
Voorbeelden
His responsibilities correspond closely with those of a chief operating officer.
Zijn verantwoordelijkheden komen nauw overeen met die van een chief operating officer.
Lexicale Boom
correspondence
correspondent
corresponding
correspond



























