Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Controller
01
controller, controller
a person responsible for managing, monitoring, and auditing financial records within an organization
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
mens
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
meervoudsvorm
controllers
Voorbeelden
The controller ensures compliance with tax regulations.
De controller zorgt voor naleving van de belastingvoorschriften.
02
controller, bedieningspaneel
a piece of equipment by which a machine is operated
Voorbeelden
She adjusted the settings on the air conditioner controller to cool the room.
Ze paste de instellingen op de controller van de airconditioner aan om de kamer af te koelen.
03
controller, bedieningsapparaat
a handheld electronic device used to operate or interact with a video game system
Voorbeelden
She customized her controller for better grip.
Ze paste haar controller aan voor een betere grip.
04
controleur, toezichthouder
someone who exercises authority, guidance, or restraint over others or over a process
Voorbeelden
The project 's quality controller insisted on strict standards.
De kwaliteitscontroleur van het project stond op strenge normen.
Lexicale Boom
controllership
controller
control



























