coach
coach
kəʊʧ
kewch
conchcouch

Definitie en betekenis van "coach"in het Engels

01

trainer, coach

someone who trains a person or team in sport 
coach definition and meaning
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
mens
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
coaches
Voorbeelden
As a dedicated fitness coach, he helped people achieve their health goals. 

Als een toegewijde fitness-coach hielp hij mensen hun gezondheidsdoelen te bereiken.

02

koets, wagen

a type of carriage or vehicle used for transportation, typically pulled by horses or other animals 
coach definition and meaning
Voorbeelden
They traveled in a luxurious coach for the royal parade. 

Ze reisden in een luxe koets voor de koninklijke optocht.

03

bus, tourbus

a bus with comfortable seats that carries many passengers, used for long journeys 
coach definition and meaning
Voorbeelden
They traveled to Paris by coach, enjoying the comfortable seats and scenic views. 

Ze reisden met de tourbus naar Parijs en genoten van de comfortabele stoelen en het mooie uitzicht.

04

rijtuig

a separate section of a train for carrying passengers 
Dialectbritish flagBritish
caramerican flagAmerican
05

coach, trainer

a person who provides personalized guidance or training in a specific area 
Voorbeelden
She hired a vocal coach to improve her singing technique. 

Ze huurde een vocale coach in om haar zangtechniek te verbeteren.

06

goedkoopste klasse, economy class

the cheapest class of accommodations on a train or plane 
to coach
01

trainen, coachen

to help someone or a team learn and improve their skills or achieve goals, often through personalized guidance and feedback 
Transitive: to coach sb | to coach sb in a skill
to coach definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
coach
3e persoon enkelvoud
coaches
onvoltooid deelwoord
coaching
onvoltooid verleden tijd
coached
voltooid deelwoord
coached
Voorbeelden
She coached the students to help them excel in their studies. 

Ze coachte de studenten om hen te helpen excelleren in hun studies.

02

reizen met een koets, zich verplaatsen met een paardenkoets

to travel by a horse-drawn carriage 
Intransitive: to coach somewhere
Voorbeelden
The tourists coached through Europe, stopping at various cities to explore historical landmarks. 

De toeristen reisden door Europa met een koets en stopten in verschillende steden om historische bezienswaardigheden te verkennen.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store