Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Voorbeelden
The chess coach taught strategies that helped in winning several tournaments.
De schaakcoach leerde strategieën die hielpen bij het winnen van verschillende toernooien.
02
koets, wagen
a type of carriage or vehicle used for transportation, typically pulled by horses or other animals
Voorbeelden
He boarded the coach to travel to the next city.
Hij stapte in de koets om naar de volgende stad te reizen.
03
bus, tourbus
a bus with comfortable seats that carries many passengers, used for long journeys
Voorbeelden
She booked a seat on the overnight coach to London.
Ze heeft een plaats gereserveerd in de nachtbus naar Londen.
05
coach, trainer
a person who provides personalized guidance or training in a specific area
Voorbeelden
He sought the assistance of a financial coach to help him manage his budget.
Hij zocht de hulp van een financiële coach om hem te helpen zijn budget te beheren.
06
goedkoopste klasse, economy class
the cheapest class of accommodations on a train or plane
to coach
01
trainen, coachen
to help someone or a team learn and improve their skills or achieve goals, often through personalized guidance and feedback
Transitive: to coach sb | to coach sb in a skill
Voorbeelden
The fitness trainer coached individuals in adopting healthy lifestyle habits to reach their wellness goals.
De fitness-coach begeleidde individuen bij het aannemen van gezonde levensstijlgewoonten om hun wellnessdoelen te bereiken.
02
reizen met een koets, zich verplaatsen met een paardenkoets
to travel by a horse-drawn carriage
Intransitive: to coach somewhere
Voorbeelden
Instead of flying, they prefer to coach to their vacation destination
In plaats van te vliegen, geven ze er de voorkeur aan per koets naar hun vakantiebestemming te reizen.



























