Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Voorbeelden
The wizard's cloak was adorned with mystical symbols and stars, making him look even more enigmatic.
De mantel van de tovenaar was versierd met mystieke symbolen en sterren, wat hem nog raadselachtiger deed lijken.
02
sluier, mantel
anything that hides, covers, or disguises
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
cloaks
Voorbeelden
The spy moved under the cloak of night.
De spion bewoog onder de mantel van de nacht.
to cloak
01
verbergen, bedekken
to cover or hide something, making it less visible
Transitive: to cloak sth
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
cloak
3e persoon enkelvoud
cloaks
onvoltooid deelwoord
cloaking
onvoltooid verleden tijd
cloaked
voltooid deelwoord
cloaked
Voorbeelden
The magician deftly cloaked the object with a silk scarf before making it disappear.
De goochelaar bedekte het voorwerp handig met een zijden sjaal voordat hij het liet verdwijnen.
02
verbergen, verhullen
to hide, cover, or disguise something so that it is not easily seen or recognized
Transitive: to cloak a truth or feeling
Voorbeelden
She tried to cloak her disappointment with a smile.
Ze probeerde haar teleurstelling met een glimlach te verbergen.
03
omhullen, bedekken
to cover or dress someone in a loose outer garment
Transitive: to cloak sb/sth
Voorbeelden
She chose to cloak her shoulders with a stylish cape for the chilly evening.
Ze koos ervoor om haar schouders te bedekken met een stijlvolle cape voor de koele avond.



























