Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
afraid
01
bang, bevreesd
getting a bad and anxious feeling from a person or thing because we think something bad or dangerous will happen
Voorbeelden
They were afraid of getting lost in the forest.
Ze waren bang om verdwaald te raken in het bos.
02
bang, bezorgd
worried about a possible danger, difficulty, or problem
Voorbeelden
I 'm afraid for what might happen if we do n't act quickly.
Ik ben bang voor wat er kan gebeuren als we niet snel handelen.
03
sorry, ben bang
showing reluctance or regret, often before delivering bad news or a refusal
Voorbeelden
I 'm afraid I have to cancel our plans for the weekend.
Ik vrees dat ik onze plannen voor het weekend moet annuleren.
04
bang, bevreesd
unwilling or hesitant to do something due to fear of negative consequences
Voorbeelden
He was afraid to ask for help.
Hij was bang om hulp te vragen.
Lexicale Boom
unafraid
afraid



























