Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to clamp
01
klemmen, vastzetten
to fasten something securely using a mechanical device designed for holding objects together
Transitive: to clamp sth | to clamp sth to a support
Voorbeelden
She clamped the papers together to keep them organized.
Ze klemde de papieren bij elkaar om ze georganiseerd te houden.
02
opleggen, bij decreet afdwingen
to impose or enforce something by decree or authority
Ditransitive: to clamp a regulation on a person or activity
Voorbeelden
In response to the pandemic, authorities clamped quarantine measures on incoming travelers.
Als reactie op de pandemie hebben de autoriteiten quarantainemaatregelen opgelegd aan binnenkomende reizigers.
01
klem, klamp
a device that is used to hold or compress two or more things together firmly
02
de clamp, de clamp-techniek
the technique used in lacrosse by a face-off specialist to quickly gain control of the ball after the referee's whistle
Voorbeelden
The coach emphasizes the importance of a strong clamp in winning possessions.
De coach benadrukt het belang van een sterke clamp voor het winnen van bezit.



























