Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Carriage
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
carriages
Voorbeelden
The elegant carriage rolled down the cobblestone street, drawn by a pair of white horses.
De elegante koets reed over de kasseistraat, getrokken door een paar witte paarden.
02
houding, gang
a person's characteristic way of holding or bearing their body
Voorbeelden
She walked with an elegant carriage.
Ze liep met een elegante houding.
03
wagon, coupé
a passenger railcar or coach
Voorbeelden
The train stopped and passengers boarded the carriage.
De trein stopte en de passagiers stapten in de wagon.
04
wagen, drager
a component of a machine designed to carry or support another part
Voorbeelden
The typewriter's carriage moves as you type.
De wagen van de typemachine beweegt terwijl je typt.
05
kinderwagen, buggy
a small wheeled vehicle for transporting an infant or child
Voorbeelden
She pushed the baby in a carriage through the park.
Zij duwde de baby in een kinderwagen door het park.
06
trapbalk, draagconstructie van de trap
the supporting framework of a staircase, holding the treads and risers together
Voorbeelden
The carpenter built a sturdy carriage for the staircase.
De timmerman bouwde een stevige constructie voor de trap.
Lexicale Boom
miscarriage
undercarriage
carriage
carry



























