Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to camouflage
01
camoufleren, opgaan
to blend in with the surroundings to avoid being seen or detected
Transitive: to camouflage oneself
Intransitive
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
camouflage
3e persoon enkelvoud
camouflages
onvoltooid deelwoord
camouflaging
onvoltooid verleden tijd
camouflaged
voltooid deelwoord
camouflaged
Voorbeelden
The lizard camouflages itself by changing its skin color.
De hagedis camoufleert zichzelf door zijn huidskleur te veranderen.
Camouflage
01
camouflage, vermomming
the action of hiding the identity or presence of something by altering its appearance
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
samenstelling
ontelbaar
Voorbeelden
Soldiers used camouflage to blend into the forest during the exercise.
De soldaten gebruikten camouflage om op te gaan in het bos tijdens de oefening.
02
camouflage, verhulling
a method, device, or strategy used to hide something or mislead others
Voorbeelden
The decoy tanks were a clever camouflage to mislead the enemy.
De loktanks waren een slimme camouflage om de vijand te misleiden.
03
camouflage, camouflagestof
fabric dyed with irregular patches of green, brown, black, and tan, designed to make the wearer blend into natural surroundings
Voorbeelden
The soldier's jacket was made of camouflage to match the forest floor.
De jas van de soldaat was gemaakt van camouflage om bij de bosbodem te passen.
04
camouflage, vermomming
an appearance or display that hides the true nature of something
Voorbeelden
His cheerful demeanor was just a camouflage for his anxiety.
Zijn vrolijke houding was slechts een camouflage voor zijn angst.
Lexicale Boom
camouflaged
camouflage



























