Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
cages
Voorbeelden
The parrot happily chirped inside its spacious cage, enjoying the view from the window.
De papegaai tjilpte vrolijk in zijn ruime kooi, genietend van het uitzicht vanuit het raam.
02
gevangenis, kerker
anything that confines, restrains, or limits freedom
Voorbeelden
The rigid rules felt like a cage to the employees.
De rigide regels voelden als een kooi voor de werknemers.
03
kooi, net
the net that serves as the goal in ice hockey
Voorbeelden
He shot the puck into the cage to score.
Hij schoot de puck in het doel om te scoren.
04
beschermingsnet, beschermingskooi
a protective screen placed behind home plate to catch balls during batting practice
Voorbeelden
The coach positioned the cage behind the batter.
De coach plaatste de kooi achter de slagman.
to cage
01
opsluiten, in een kooi stoppen
to confine something, typically an animal, within a restricted space
Transitive: to cage an animal
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
cage
3e persoon enkelvoud
cages
onvoltooid deelwoord
caging
onvoltooid verleden tijd
caged
voltooid deelwoord
caged
Voorbeelden
The zookeepers caged the newly arrived lion in a secure enclosure.
De dierentuinbewakers plaatsten de nieuw aangekomen leeuw in een veilige behuizing.
Lexicale Boom
cagey
cage



























