boohoo
boo
ˈbu:
boo
hoo
hu:
hoo

Definitie en betekenis van "boohoo"in het Engels

01

boehoe, gehuil

used to imitate the sound of crying or to express mock sympathy, often in response to an injury, accident, or exaggerated sadness 
humoristisch
informeel
Voorbeelden
After tripping over the toy, he sat on the ground and went boohoo. 

Nadat hij over het speelgoed was gestruikeld, ging hij op de grond zitten en begon boehoe te roepen.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store