Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to tank up
01
tanken, de tank vullen
to fill a vehicle or container with fuel or liquid
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
up
basiswerkwoord
tank
tegenwoordige tijd
tank up
3e persoon enkelvoud
tanks up
onvoltooid deelwoord
tanking up
onvoltooid verleden tijd
tanked up
voltooid deelwoord
tanked up
Voorbeelden
By tomorrow, they will have tanked up the boat for the fishing trip.
Tegen morgen zullen ze de boot voor de visreis hebben volgetankt.



























