Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to put up with
01
verdragen, tolereren
to tolerate something or someone unpleasant, often without complaining
Transitive: to put up with an unpleasant situation
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
toestandswerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
up with
basiswerkwoord
put
tegenwoordige tijd
put up with
3e persoon enkelvoud
puts up with
onvoltooid deelwoord
putting up with
onvoltooid verleden tijd
put up with
voltooid deelwoord
put up with
Voorbeelden
Parents often put up with the messiness of young children for the joy they bring.
Ouders verdragen vaak de rommel van jonge kinderen vanwege het plezier dat ze brengen.



























