Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to speak of
[phrase form: speak]
01
spreken over, getuigen van
to indicate, foretell, or suggest something
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
toestandswerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
of
basiswerkwoord
speak
tegenwoordige tijd
speak of
3e persoon enkelvoud
speaks of
onvoltooid deelwoord
speaking of
onvoltooid verleden tijd
spoke of
voltooid deelwoord
spoken of
Voorbeelden
The subtle smile on her face spoke of a hidden joy that she did n't openly express.
De subtiele glimlach op haar gezicht sprak van een verborgen vreugde die ze niet openlijk uitte.



























