Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to shoot off
01
er vandoor gaan, wegsnellen
to leave in a hurry
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
bewegingswerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
off
basiswerkwoord
shoot
tegenwoordige tijd
shoot off
3e persoon enkelvoud
shoots off
onvoltooid deelwoord
shooting off
onvoltooid verleden tijd
shot off
voltooid deelwoord
shot off
Voorbeelden
After the argument, he shot off from the party without saying a word.
Na de ruzie vertrok hij snel van het feest zonder een woord te zeggen.



























