to know of
know
nəʊ
new
of
əv
ēv

Definitie en betekenis van "know of"in het Engels

to know of
01

weten van, kennis hebben van

to be aware of someone or something and have some information about them, although the knowledge may be limited 
to know of definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
toestandswerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
of
basiswerkwoord
know
tegenwoordige tijd
know of
3e persoon enkelvoud
knows of
onvoltooid deelwoord
knowing of
onvoltooid verleden tijd
knew of
voltooid deelwoord
known of
Voorbeelden
I know of a good restaurant in the city, but I haven't been there myself. 

Ik ken een goed restaurant in de stad, maar ik ben er zelf nog niet geweest.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store