Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to hit out
[phrase form: hit]
01
hard slaan, verbaal aanvallen
to physically or verbally attack someone or something forcefully
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
out
basiswerkwoord
hit
tegenwoordige tijd
hit out
3e persoon enkelvoud
hits out
onvoltooid deelwoord
hitting out
onvoltooid verleden tijd
hit out
voltooid deelwoord
hit out
Voorbeelden
The boxer hit out with a powerful punch, knocking his opponent down.
De bokser sloeg uit met een krachtige stoot en sloeg zijn tegenstander neer.



























