Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to go over to
01
overgaan naar, van kant veranderen
to change one's allegiance or beliefs and switch to a different side, opinion, habit, or position
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
over to
basiswerkwoord
go
tegenwoordige tijd
go over to
3e persoon enkelvoud
goes over to
onvoltooid deelwoord
going over to
onvoltooid verleden tijd
went over to
voltooid deelwoord
gone over to
Voorbeelden
After hearing the arguments, she decided to go over to the opposing side of the debate.
Na het horen van de argumenten besloot ze naar de tegenovergestelde kant van het debat over te stappen.
02
overgaan naar, het woord geven aan
(in broadcasting) to transition to a different individual or location to present the next segment of a program, news report, or live event
Voorbeelden
Now, let's go over to our correspondent on the scene for live updates.
Laten we nu overgaan naar onze correspondent ter plaatse voor live updates.



























