Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to come out with
01
eruit flappen, plotseling zeggen
to suddenly say something, especially in a rude or surprising way
Transitive: to come out with a remark
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
out with
basiswerkwoord
come
tegenwoordige tijd
come out with
3e persoon enkelvoud
comes out with
onvoltooid deelwoord
coming out with
onvoltooid verleden tijd
came out with
voltooid deelwoord
come out with
Voorbeelden
During the meeting, Sarah came out with a bold criticism of the project, catching everyone off guard.
Tijdens de vergadering kwam Sarah met een gedurfde kritiek op het project, wat iedereen verraste.
02
uitbrengen, lanceren
to make something available, like a product, information, or publication
Transitive: to come out with sth
Voorbeelden
The software developer is coming out with an updated version of the application with new features.
De softwareontwikkeler brengt een bijgewerkte versie van de applicatie met nieuwe functies uit.



























