to agree with
ag
ˈəg
ēg
ree
ri:
ri
with
wɪð
vidh

Definitie en betekenis van "agree with"in het Engels

to agree with
01

het eens zijn met, goedkeuren

to believe that something is morally right or acceptable 
Transitive: to agree with sth
to agree with definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
toestandswerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
with
basiswerkwoord
agree
tegenwoordige tijd
agree with
3e persoon enkelvoud
agrees with
onvoltooid deelwoord
agreeing with
onvoltooid verleden tijd
agreed with
voltooid deelwoord
agreed with
Voorbeelden
She doesn't agree with cheating on exams; it goes against her principles. 

Ze is het niet eens met spieken bij examens; het gaat in tegen haar principes.

02

overeenkomen met, verdragen worden door

(of food) to not cause illness or physical discomfort 
Transitive: to agree with sb/sth
Voorbeelden
Spicy foods don't agree with her stomach; she gets heartburn every time. 

Pittig eten past niet bij haar maag; elke keer krijgt ze brandend maagzuur.

03

overeenkomen met, harmoniëren met

(of an adjective, verb, or pronoun) to match another word in terms of number, gender, or case, making the sentence grammatically correct 
Transitive: to agree with sth
Voorbeelden
In the sentence, "The apples are red," the adjective "red" agrees with the plural noun "apples." 

In de zin, "De appels zijn rood," komt het bijvoeglijk naamwoord "rood" overeen met het meervoudige zelfstandig naamwoord "appels."

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store