Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to pass for
01
doorgaan voor, aangezien worden voor
to be mistaken or accepted as something or someone else, often because of a resemblance or similarity
Transitive: to pass for sb/sth
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
toestandswerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
for
basiswerkwoord
pass
tegenwoordige tijd
pass for
3e persoon enkelvoud
passes for
onvoltooid deelwoord
passing for
onvoltooid verleden tijd
passed for
voltooid deelwoord
passed for
Voorbeelden
With a bit of makeup and the right outfit, she could easily pass for a celebrity.
Met een beetje make-up en de juiste outfit zou ze gemakkelijk voor een beroemdheid kunnen doorgaan.



























