Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to look through
[phrase form: look]
01
doorbladeren, snel bekijken
to quickly read or examine something
Transitive: to look through sth
Voorbeelden
I 'm going to look through my emails before starting my workday.
Ik ga mijn e-mails doorlezen voordat ik aan mijn werkdag begin.
02
door kijken, observeren door
to observe something on the other side of a narrow opening or space
Transitive: to look through an opening or space
Voorbeelden
They 're looking through the window at the people walking by on the street.
Ze kijken door het raam naar de mensen die op straat lopen.
03
doorzoeken, nakijken
to examine something carefully in order to find something specific
Transitive: to look through sth
Voorbeelden
They ’re looking through the receipts to find the one for the electronics purchase.
Ze doorzoeken de bonnetjes om die van de aankoop van elektronica te vinden.
04
negeren, doen alsof je niet ziet
to intentionally avoid acknowledging or noticing someone who is present and visible
Transitive: to look through sb
Voorbeelden
He looked through his coworker, pretending not to recognize him.
Hij keek door zijn collega heen en deed alsof hij hem niet herkende.



























