Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to go in for
[phrase form: go]
01
zich bezighouden met, beoefenen
to engage in an activity or interest as a hobby or pastime
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
in for
basiswerkwoord
go
tegenwoordige tijd
go in for
3e persoon enkelvoud
goes in for
onvoltooid deelwoord
going in for
onvoltooid verleden tijd
went in for
voltooid deelwoord
gone in for
Voorbeelden
As a child, I used to go in for collecting stamps from different countries.
Als kind hield ik me bezig met het verzamelen van postzegels uit verschillende landen.
02
deelnemen aan, meedoen aan
to participate in an examination, competition, or event
Dialect
British
Voorbeelden
They encouraged her to go in for the spelling bee competition, knowing her strong vocabulary.
Ze moedigden haar aan om deel te nemen aan de spellingwedstrijd, wetende haar sterke vocabulaire.
03
kiezen voor, besluiten tot
to choose a specific type of job or profession
Voorbeelden
Last year, she went in for photography and opened her own studio.
Vorig jaar ging ze voor fotografie en opende haar eigen studio.



























