Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
into
grammaticale informatie
Voorbeelden
She walked into the room and greeted everyone.
Ze liep de kamer in en groette iedereen.
02
in, tegen
used to indicate movement towards something and getting in physical contact
Voorbeelden
The car lost control on the icy road and crashed into a tree.
De auto verloor de controle op de ijzige weg en crashte tegen een boom.
03
in, over
used to indicate the topic or subject of interest or insight
Voorbeelden
The research study provides a deep dive into the effects of climate change on coastal ecosystems.
Het onderzoeksrapport biedt een diepgaande duik in de effecten van klimaatverandering op kustecosystemen.
04
in, naar
used to indicate a transformation or alteration from one state or condition to another
Voorbeelden
The caterpillar transformed into a beautiful butterfly.
De rups veranderde in een prachtige vlinder.
05
in
used to indicate division
Voorbeelden
The cake was divided into equal slices.
De taart werd in gelijke plakken verdeeld.



























