to work up
work
wɜ:k
vēk
up
ʌp
ap

Definitie en betekenis van "work up"in het Engels

to work up
01

werken aan, ontwikkelen

to gradually but consistently strive to achieve something or make something happen 
to work up definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
up
basiswerkwoord
work
tegenwoordige tijd
work up
3e persoon enkelvoud
works up
onvoltooid deelwoord
working up
onvoltooid verleden tijd
worked up
voltooid deelwoord
worked up
Voorbeelden
The team is steadily working up enthusiasm for the event. 

Het team werkt gestaag aan het opwekken van enthousiasme voor het evenement.

02

opwinden, emotioneel maken

to cause someone to feel upset or emotional 
to work up definition and meaning
Voorbeelden
Try not to work yourself up about the challenge; you have the skills to overcome it. 

Probeer je niet op te winden over de uitdaging; je hebt de vaardigheden om het te overwinnen.

03

verbeteren, verfijnen

to improve a skill, idea, or project by putting effort 
Voorbeelden
The students are working up their presentation skills for the upcoming event. 

De studenten werken aan hun presentatievaardigheden voor het aanstaande evenement.

04

uitwerken, ontwikkelen

to produce new ideas or plans 
Voorbeelden
Let's work up a strategy for the product launch. 

Laten we een strategie opstellen voor de productlancering.

05

versterken, stimuleren

to actively strengthen something 
Voorbeelden
The success story worked up inspiration among the students. 

Het succesverhaal versterkte de inspiratie onder de studenten.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store