Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
united
01
verenigd, eensgezind
(of groups or people) acting together and in agreement
Voorbeelden
Despite their differences, the family remained united in times of adversity, providing unwavering support to one another.
Ondanks hun verschillen bleef het gezin verenigd in tijden van tegenspoed, en bood onwankelbare steun aan elkaar.
02
verenigd, verbonden
of or relating to two people who are married to each other
Lexicale Boom
disunited
unitedly
united
unite



























