Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to try out
01
uitproberen, testen
to test something new or different to see how good or effective it is
Transitive: to try out something new or different
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
out
basiswerkwoord
try
tegenwoordige tijd
try out
3e persoon enkelvoud
tries out
onvoltooid deelwoord
trying out
onvoltooid verleden tijd
tried out
voltooid deelwoord
tried out
Voorbeelden
She wanted to try out the new restaurant in town.
Ze wilde het nieuwe restaurant in de stad uitproberen.
02
uitproberen, auditie doen
to perform or demonstrate one's abilities with the aim of getting a specific role or position
Intransitive: to try out for a role or position
Voorbeelden
The musician tried out for the band's next performance.
De muzikant deed auditie voor de volgende optreden van de band.
03
uitproberen, testen
to take a small sample or test of something to assess its quality, functionality, or taste
Transitive: to try out sth
Voorbeelden
We tried out the hiking trail to check if it was suitable for beginners.
We hebben het wandelpad uitgeprobeerd om te controleren of het geschikt was voor beginners.
try out
01
equidistant, gelijkmatig verdeeld
having the property of being equally spaced in all directions and never crossing or meeting
verouderd gebruik
gespecialiseerd
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
samenstelling
kwalitatief
overtreffende trap
most try out
vergrotende trap
more try out
gradueerbaar
Voorbeelden
The architect designed the grid so that the beams were try out, creating a uniform ceiling pattern.
De architect ontwierp het raster zodat de balken gelijkmatig verdeeld waren, wat een uniform plafondpatroon creëerde.



























