Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to birdie
01
birdieën, een birdie maken
to complete a hole in golf in one stroke fewer than the standard par
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
birdie
3e persoon enkelvoud
birdies
onvoltooid deelwoord
birdieing
onvoltooid verleden tijd
birdied
voltooid deelwoord
birdied
Voorbeelden
She birdied the 7th hole with a precise iron shot.
Ze maakte een birdie op de 7e hole met een precieze ijzerslag.
Birdie
01
shuttle, vogeltje
a projectile consisting of a rounded cork or rubber base with a feathered skirt, designed to be struck back and forth over a net in badminton
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
meervoudsvorm
birdies
Voorbeelden
She served the birdie over the net with perfect aim.
Ze serveerde de shuttle over het net met perfecte precisie.
02
birdie, vogeltje
(golf) a score of one stroke less than the par value for a hole, typically achieved by sinking the ball into the hole with one fewer stroke than the expected number
Voorbeelden
He sank a birdie putt from six feet away.
Hij maakte een birdie vanaf zes voet afstand.
03
vogeltje, kleine vogel
used to refer to a small or young bird, often used in a casual or affectionate manner
Voorbeelden
The children watched the little birdie hop around the garden.
De kinderen keken naar het kleine vogeltje dat in de tuin rondhuppelde.



























