Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to tend
01
neigen, de neiging hebben
to be likely to develop or occur in a certain way because that is the usual pattern
Transitive: to tend to do sth
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
toestandswerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
tend
3e persoon enkelvoud
tends
onvoltooid deelwoord
tending
onvoltooid verleden tijd
tended
voltooid deelwoord
tended
Voorbeelden
Historical patterns suggest that economic downturns tend to lead to increased unemployment.
Historische patronen suggereren dat economische neergang neigt te leiden tot een verhoogde werkloosheid.
02
verzorgen, zorgen voor
to care for the needs of someone or something with attention and responsibility
Transitive: to tend sb/sth
Voorbeelden
Pet owners tend to their animals, meeting their dietary and emotional needs.
Huisdierbezitters verzorgen hun dieren, door in hun dieet- en emotionele behoeften te voorzien.
03
verzorgen, beheren
to run or be actively involved in the care or management of something
Dialect
American
Transitive: to tend a business or activity
Voorbeelden
She tends the shop every afternoon, ensuring everything runs smoothly.
Ze beheert de winkel elke middag en zorgt ervoor dat alles soepel verloopt.
Lexicale Boom
distend
subtend
tendency
tend



























