Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to tell apart
01
onderscheiden, uit elkaar houden
to distinguish the differences between things or people
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
scheidbaar
partikel
apart
basiswerkwoord
tell
tegenwoordige tijd
tell apart
3e persoon enkelvoud
tells apart
onvoltooid deelwoord
telling apart
onvoltooid verleden tijd
told apart
voltooid deelwoord
told apart
Voorbeelden
I can easily tell the twins apart by their distinct hairstyles.
Ik kan de tweelingen gemakkelijk uit elkaar houden aan hun verschillende kapsels.



























