Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to acquaint
01
bekendmaken, voorstellen
to make someone familiar with or introduce them to another person
Transitive: to acquaint sb with sb
Voorbeelden
He wanted to acquaint her with the team before the project started.
Hij wilde haar voor het begin van het project met het team bekendmaken.
02
bekendmaken, inwijden
to make someone familiar with a person or thing by introducing or providing information about them
Transitive: to acquaint sb with sb/sth
Voorbeelden
She decided to acquaint her friend with the details of the upcoming event.
Ze besloot haar vriendin vertrouwd te maken met de details van de aankomende gebeurtenis.
03
informeren, op de hoogte brengen
to inform someone or make them aware of something
Ditransitive: to acquaint sb of sth | to acquaint sb that
Voorbeelden
The manager acquainted the team of the new project deadlines.
De manager informeerde het team over de nieuwe projectdeadlines.
Lexicale Boom
acquaintance
acquainted
acquaint



























