Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to bet
01
wedden, gokken
to risk money on the result of a coming event by trying to predict it
Intransitive: to bet on sth
Voorbeelden
The group is currently betting on the outcome of the lottery.
De groep wedt momenteel op de uitkomst van de loterij.
02
wedden, vertrouwen
to trust or have strong belief in something or someone
Intransitive: to bet on sth
Voorbeelden
He bet on the team's resilience, believing they could overcome any challenge.
Hij wedde op het doorzettingsvermogen van het team, in de overtuiging dat ze elke uitdaging konden overwinnen.
03
wedden, gokken
to express confidence or certainty in something happening or being the case
Transitive: to bet that
Voorbeelden
He 's betting that the new restaurant will become a popular spot in town.
Hij wedt dat het nieuwe restaurant een populaire plek in de stad wordt.
01
money that is risked in a game or wager
02
the act of wagering money or valuables on an outcome
03
an opinion, view, or assumption about something
01
Afgesproken, Prima
used to express agreement, affirmation, or approval
Voorbeelden
He said he'd help with the project, and I was like bet.
Lexicale Boom
better
betting
betting
bet



























