Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to straighten up
01
rechtop gaan zitten, houding corrigeren
to correct one's posture or position to become more upright
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
bewegingswerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
up
basiswerkwoord
straighten
tegenwoordige tijd
straighten up
3e persoon enkelvoud
straightens up
onvoltooid deelwoord
straightening up
onvoltooid verleden tijd
straightened up
voltooid deelwoord
straightened up
Voorbeelden
The teacher reminded the students to straighten up in their chairs during the lesson.
De leraar herinnerde de leerlingen eraan om rechtop te zitten op hun stoelen tijdens de les.
02
opruimen, organiseren
to organize a space, making it neat and tidy
Voorbeelden
After the party, we had to straighten up the living room by putting away the decorations.
Na het feest moesten we de woonkamer opruimen door de versieringen op te bergen.
03
zich beteren, zich gedragen
to improve one's behavior, often by becoming more responsible or disciplined
Dialect
American
Voorbeelden
After getting into trouble at school, he was told he needed to straighten up and start taking his studies seriously.
Nadat hij in de problemen was gekomen op school, werd hem verteld dat hij zich moest beteren en zijn studie serieus moest nemen.



























