Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to start out
01
beginnen, starten
to begin taking the early steps regarding an action, project, or goal
Transitive: to start out an action or project
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
out
basiswerkwoord
start
tegenwoordige tijd
start out
3e persoon enkelvoud
starts out
onvoltooid deelwoord
starting out
onvoltooid verleden tijd
started out
voltooid deelwoord
started out
Voorbeelden
She started out her painting by sketching the basic outlines on the canvas.
Ze begon haar schilderij door de basiscontouren op het doek te schetsen.
02
beginnen, vertrekken
to embark on a journey
Intransitive: to start out | to start out on a journey
Voorbeelden
We'll start out on our vacation tomorrow.
We vertrekken morgen op vakantie.
03
beginnen met, beginnen als
to begin with certain conditions or circumstances, which may change or evolve over time
Intransitive: to start out in a specific manner
Transitive: to start out sth in a specific manner
Voorbeelden
He started out as an intern and eventually became an integral part of the organization.
Hij begon als stagiair en werd uiteindelijk een integraal onderdeel van de organisatie.



























